Vrijdag 10 juli
Om halfdrie gingen we naar het ziekenhuis om de resultaten van de medische test op te halen. Op de route van het metrostation naar het ziekenhuis kwamen we langs de tractorfaculteit van de universiteit van Minsk. Alles in Wit-Rusland draait om tractors. Ten tijde van de Sovjet-Unie produceerde Wit-Rusland alle tractors voor de hele Sovjet-Unie en nog steeds zijn tractors hier big business. Tijdens de militaire parade op Onafhankelijkheidsdag (die dit jaar niet door ging omdat het te duur was) rijden altijd de favoriete tractors van Loekasjenko mee. Hij geeft ook regelmatig tractors cadeau aan bevriende staatshoofden. Sinds de tractorexport naar Rusland wat is afgenomen door de Russische crisis, is Wit-Rusland ze zelfs gaan verkopen aan Noord-Korea. Er is hier uiteraard ook een nationaal tractormuseum.
In het ziekenhuis kregen we te horen dat we allemaal gezond waren – allemaal, behalve Irma. Haar röntgenfoto was mislukt, dus zij moet maandag terugkomen. Én woensdag, om het resultaat op te halen.
Aan het eind van de middag hebben we nog even over een reusachtige markt rondgelopen. ’s Avonds maakte Zoritsa Servische pannenkoeken, waar ze twee uur mee bezig was vanwege ons gebrek aan fatsoenlijk keukengerei. Emma maakte ondertussen het appartement enigszins schoon met “veger en blik” (groot woord), wat ook idioot lang duurde omdat de bezem op onze kamer een klein middeleeuws houten ding is dat bestaat uit een met twijgjes bijeengebonden takkenbos. Je kunt er enkel met gekromde rug als een echte baboesjka mee vegen. Ook dat is Wit-Rusland.