Zaterdag 18 juli
Het water was helaas niet geschikt om te zwemmen, het zag het niet heel gezond uit en was letterlijk groen. Het zou me niets verbazen als er blauwalg in blijkt te zitten. Zorica was de enige die zich eraan waagde, maar zij telt niet, want zij drinkt hier ook als enige uit de kraan. “Ik ben Servië gewend,” verklaart ze dan. Wij drinken enkel uit de jerrycans water die we dagelijks uit de supermarkt meezeulen.
De omgang met onze Japanse klasgenoten gaat heel makkelijk. Zij zijn hier een jaar en spreken al wat beter Russisch dan wij, maar ze luisteren geduldig naar ons gestotter en onze grammaticale blunders. Het zijn sowieso heel vriendelijke, immer vrolijke mensen. Moe heeft een app op haar telefoon waarmee ze van iedereen een cartoonversie maakt. Wij, de Nederlanders, zijn allemaal afgebeeld met een appel, omdat we die in de pauze altijd eten en dat blijkbaar als iets karakteristieks wordt gezien.
Op de weg terug naar de общежитие kwamen we bij de metro plotseling Maria tegen. Ook vrij apart in een stad van twee miljoen mensen. Thuis hebben we gegeten en daarna zijn we naar het Vrijheidsplein gegaan, waar een klassiek orkest elke zaterdagavond optreedt. Er hing een leuke sfeer en het was mooi om te zien hoe dat plein, waar overdag vijf mensen lopen, helemaal vol stond. De muziek was uiteraard ook van hoog niveau. Er is in Minsk misschien niet veel te doen, maar ik begin het hier wel steeds leuker te vinden.